De teksten werden geschreven door Ton den Boon, neerlandicus en literatuurwetenschapper, werkzaam als hoofdredacteur van de Dikke Van Dale. De prenten werden gemaakt door Pieter Alewijns.
Omvang: 48 bladzijden
Formaat: 15,5 x 20,5 (staand)
Afwerking: genaaid gebonden in harde band
ISBN: 90-807084-4-5
Prijs: € 20,-
2003
Ton den Boon (1962) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 1988 werkt hij als woordenboekmaker: de laatste jaren als hoofdredacteur van de Dikke Van Dale. Voor onder meer het tijdschrift Onze Taal schrijft hij over taalontwikkelingen. In 2001 publiceerde hij een overzicht van retorische literaire middelen onder de titel Stijlfiguren (Sdu).
Pieter Alewijns (1954) studeerde aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch. Als kunstenaar werkt hij vanuit een romantische kunst- en levensopvatting. Behalve als kunstenaar is hij werkzaam als galeriehouder en uitgever (Peninsula) en werkt hij als kunstenaar-begeleider bij Atelier Daglicht.
Maar ik zal heerlijk in mijn vers herrijzen verschijnt tevens in een luxe-editie. Het betreft een genummerd exemplaar van de uitgave met een gesigneerde giclee van Pieter Alewijns getiteld ‘in eindeloze deining’. De prent is gedrukt op 310 grams Hahnemuhle German Etching aquarelpapier. Het formaat is 54 x 56 cm. De totale oplage is gelimiteerd tot 80 exemplaren, waarvan de uitgeverij er slechts 55 in de handel brengt.
De luxe-editie kost € 150,- (+ € 5,- voor handling en porto).
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
Willem Kloos (1859-1938) heeft een aantal sonnetten geschreven, waarvan sommige regels tot het collectieve geheugen zijn gaan behoren. Zoals: 'Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten', 'De boomen dorren in het laat seizoen' en 'De Zee, de Zee klotst voort in eindelooze deining'. Bovendien tekent Kloos voor enkele uitspraken die gevleugelde woorden zijn geworden: kunst is 'De allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie' en 'Natuur is mooi, maar je moet er wel wat bij te drinken hebben'. Ton den Boon gaat in dit boekje het Nachleben na van deze formuleringen: hij ziet ze, al dan niet gevarieerd, als citaat of als allusie, terugkomen in de literatuur, de literatuurkritiek, de reclame etc. Het is aardige lectuur, dit overzichtje van Kloos-verwerkingen en de prenten van Pieter Alewijn, etsen naar aanleiding van Kloos' regels, geven een vaak verrassende, want niet illustratieve, beeldende interpretatie. Het boekje is fraai uitgevoerd en opent een reeks, getiteld 'Literaire erflaters'. Gebonden; kleine druk.

